|



| |


Verstandig zonnen
Droge Huid



 
Voet en onderbeen , men ziet duidelijk de schubben.
Als deze huid niet dagelijks wordt verzorgd dan
begint de huid te scheuren.
|
De Huid
Het menselijk lichaam is bedekt
met een elastisch omhulsel, dat huid wordt genoemd. De huid
heeft belangrijke taken. De huid is een orgaan dat beschermt
tegen schadelijke invloeden van buiten af, dit zijn o.a.
uitdroging, afkoeling, overhitting en het binnendringen van
bacteriën. De huid helpt de lichaamstemperatuur te regelen en
werkt ook als gevoelsorgaan.
De dikte van de huid varieert. Op
de meeste plaatsen van het lichaam is zij ongeveer 2 mm dik. De
huid van de voetzolen is echter bijna 6 maal dikker dan de huid
van de oogleden, die maar 0,5 mm dik is.
De huid bestaat uit miljoenen
hele kleine cellen. Meer dan 600.000 van deze cellen zouden
nodig zijn om een postzegel mee te bedekken.
Voortdurend sterven oude
huidcellen af (huidschilfers). Deze huidcellen worden minstens
eens per maand door nieuwe vervangen.
- Onze huid is een zeer
belangrijk orgaan.
Dit zijn de belangrijke functies van onze
huid:
1. Bescherming tegen schadelijke stoffen in de
lucht.
2. Het houdt ziekteverwekkers uit het lichaam.
3. Het regelt de temperatuur.
4. Het voelt warmte, koude, vorm, druk, ...
- De huid is erg dun.
Alleen met een microscoop kunnen we de verschillende delen
zien.
 |
1. Het
bloedvat
2. Een huidporie
3. De lederhuid
4. De opperhuid
5. De zenuw met
tastorgaantje |
- De huid speelt een
belangrijke rol bij het regelen van onze
lichaamstemperatuur. Maar wat gebeurt er nu in een koude of
een warme omgeving?
In een koude
omgeving:
De bloedvaten in de huid vernauwen. Ze laten
minder bloed doorstromen.
In een warme omgeving:
De bloedvaten brengen meer bloed naar het
huidoppervlak. De huid krijt een rode kleur. |
|
http://www.drogehuid.nl/
Zon en huid
De zon zendt drie verschillende soorten
straling uit. Infrarood is onzichtbare straling
die warmte geeft. Zichtbaar licht is het soort
licht dat voor onze ogen de wereld om ons heen
zichtbaar maakt, 'de kleuren van de regenboog'.
En ultraviolet is onzichtbare straling, net als
infrarood.
Ultraviolette straling
Ultraviolette straling (UV-straling) wordt op
zijn beurt weer ingedeeld in 3 soorten: UV-A,
UV-B en UV-C. Normaal gesproken houdt de
dampkring om de aarde het grootste deel van de
UV-straling tegen. Vooral de ozonlaag speelt
hierin een belangrijke rol. De dampkring werkt
dus als een UV-schild en dat is maar goed ook,
aangezien UV-straling de huid ernstig kan
beschadigen.
- UV-C is de krachtigste vorm van
UV-straling, maar die bereikt het
aardoppervlak niet.
- UV-B wordt grotendeels door de dampkring
tegengehouden, maar bij een wolkenloze hemel
dringt er toch nog vrij veel door tot aan
het aardoppervlak. UV-B is de belangrijkste
veroorzaker van zonnebrand en huidkanker.
- UV-A dringt vrij makkelijk door tot het
aardoppervlak en is de minst schadelijke van
de drie UV-soorten. Toch kan ook UV-A in
hogere dosis leiden tot zonnebrand en
huidkanker.
Toch heeft UV-straling goede kanten. Zo is
het essentieel voor de aanmaak van Vitamine D in
ons lichaam. Een tekort hieraan veroorzaakt bij
kinderen ontwikkelingsstoornissen van de
beenderen. Tijdens de industriële revolutie in
Europa werkten veel kinderen in fabrieken en
kwamen slechts zeer weinig in de zon. Het gevolg
was dat de botten zich niet goed ontwikkelden.
Omdat dit verschijnsel vooral in Engeland werd
gezien (weinig zon én vroege industriële
ontwikkeling) werd het de 'Engelse Ziekte'
genoemd. De medische term hiervoor is
rachitis. Bij een normale blootstelling aan
de zon is er ruim voldoende aanmaak van Vitamine
D. Er zijn nochtans gevallen van Vitamine
D-gebrek beschreven bij vrouwen die heel veel
binnen zitten en buiten alleen gesluierd of in
een burka lopen.
UV-straling heeft, mits goed gedoseerd, ook
een ontstekingsremmende werking op de huid. Bij
eczeem en psoriasis kan door de dermatoloog
zelfs UV-lichttherapie worden gebruikt.
Hoe teveel UV de huid beschadigt
UV kan schade aanrichten doordat de energie
van de UV-straling door het DNA van de huid
wordt opgenomen. DNA is het erfelijk materiaal,
dat o.a. de celgroei en celdeling regelt. Door
de absorptie van stralingsenergie kan dat
DNA-eiwit veranderen.
- Als er een kleine verandering in de
DNA-structuur ontstaat kan deze fout
weer worden gerepareerd door speciale
andere eiwitten van de cel.
- Bij uitgebreide schade van het DNA
zal de huidcel uiteindelijk afsterven.
-
Als
het DNA nochtans een beschadiging
oploopt die niet door de cel wordt
opgemerkt of verkeerd wordt gerepareerd,
kan de verandering aan het DNA blijvend
zijn. In sommige gevallen kan de
beschadiging zodanig zijn dat de cel
zich ongeremd en ongecontroleerd gaat
delen. Dat is huidkanker of 'melanoma'.
Die herkent de dokter aan de asymmetrie
van de huidvlek, de onregelmatige rand
ervan, de kleurverschillen en de grootte
(breder dan een potloodgommetje). Klik
op het fotootje om deze 'ABCD-kenmerken'
te ontdekken: asymmetry, border, color
en diameter.
- UV-straling breekt ook de
elastinevezels af. Elastinevezels geven
de huid soepelheid en veerkracht.
Afbraak ervan is vergelijkbaar met wat
er met een gewoon elastiekje gebeurt dat
in de zon ligt: binnen enkele dagen is
het elastine kapot en verkruimelt het
elastiekje. Weliswaar wordt er in de
huid steeds nieuwe elastine aangemaakt
om de afgebroken elastine te vervangen,
maar dit aanmaakproces neemt af bij het
ouder worden. Als de afbraak groter is
dan de aanmaak wordt de huid slap en
ontstaan er rimpels. Dit noemt men 'photoageing'.
- UV-straling kan ook vlekkerige
pigmentafwijkingen van de huid
veroorzaken.
Bruinen
De huid probeert zichzelf ook te beschermen
tegen de UV-straling. Dat doet ze door het
aanmaken van pigment dat in de cellen van de
opperhuid wordt gelegd. Zo ontstaat een
'parasol' van pigment (melanine) die de cellen
in de basis van de opperhuid afschermt tegen de
UV-straling. Dat 'bruinen' vermindert de kans op
het ontstaan van schade aan het DNA. Mensen die
moeilijk pigment aanmaken - zeer blonde mensen
of mensen met rood haar - zijn dus nauwelijks in
staat die beschermende pigmentparaplu te vormen
en hebben dus een veel groter risico op het
krijgen van huidkanker dan mensen die wel
makkelijk bruin worden, of die van nature al een
donkere huid hebben.
De hoeveelheid UV-straling in zonlicht hangt
af van:
- het jaargetijde: in de zomer is de
hoeveelheid zonlicht veel groter dan in de
winter. Dit heeft te maken met de baan van
de aarde om de zon.
- het tijdstip van de dag: midden op de
dag staat de zon loodrecht boven het
aardoppervlak en hoeven zonnestralen maar
een relatief korte afstand door de dampkring
af te leggen. De hoeveelheid UV-straling is
dan het grootst.
- de breedtegraad: hoe dichter bij de
evenaar, hoe meer UV-straling.
- de hoogte: hoog in de bergen is er
minder UV uit het licht gefilterd dan op
zeeniveau.
- de weerkaatsing: als UV wordt weerkaatst
door sneeuw, water of zand is er veel meer
UV. De straling komt dan immers uit
verschillende richtingen.
- extra filters: bij zware bewolking
dringt er maar weinig UV door naar het
aardoppervlak.
Bescherming
Vanwege het risico op huidverbranding,
huidkanker en vervroegde veroudering van de huid
is het beter om de huid niet té veel bloot te
stellen aan UV-straling. Als je toch lang in de
zon blijft is een T-shirt, een pet of– jawel –
een hoed een goed idee. Het nadeel van een pet
is dat ie maar aan één kant schaduw geeft, óf
het gezicht óf de nek. Hoe breder de rand van de
hoed, hoe meer schaduw er over het gezicht valt
en hoe beter dus de bescherming. Bij mensen met
een (deels) kalend hoofd of met erg kort haar is
het dragen van een hoed of een pet echt een
aanrader.
De zonkracht is rond het middaguur altijd het
sterkst. Probeer daarom op die momenten uit de
zon te blijven. In Noord Europa is dat ‘s zomers
tussen 12 en 15 uur. In (sub-)tropische gebieden
is die periode vaak heel wat langer. Bedenk dat
er door de weerkaatsing van (onzichtbare)
UV-straling - door bijvoorbeeld zand of water -
ook UV kan doordringen in de schaduw onder
parasols of bomen. Gebruik bij zonnig weer dan
ook altijd een zonnebrandcrème, zelfs als je in
de schaduw zit.
Ook de ogen kunnen door UV-straling worden
beschadigd. Draag daarom een zonnebril met een
goede UV-filter. Goedkope spullen zonder
degelijke UV-filter zijn schadelijker dan
helemaal geen zonnebril. Die zetten de ogen
alleen maar in het donker, waardoor de irissen
wijdopen gaan staan. De ogen krijgen zo veel te
veel UV-straling binnen.
Zonnebrandcrème is een efficiënte manier om
de huid te beschermen tegen UV-straling. Elke
zonnebrandcrème geeft een bepaalde graad van
bescherming, de ‘Sun Protection Factor’
(SPF). Kijk eens op de doos. Die SPF,
beschermingsfactor of kortweg ‘de factor’, geeft
aan welke mate van bescherming de
zonnebrandcrème geeft. Een voorbeeld: iemand met
huidtype 2 (zie tabel) verbrandt in de middagzon
na ongeveer 20 minuten. Wanneer je een
zonnebrandcrème gebruikt met een SPF van 12
treedt de zonverbranding pas op na 12 x 20
minuten, dus na 4 uur. Je zal met deze
zonnebrandcrème dus na 4 uur verbranden, ook al
heb je je goed ingesmeerd.
Je moet de beschermingsfactor van je
zonnebrandcrème dus met zorg kiezen. Wanneer je
een optimale bescherming wil en verder niets, is
een crème met een zeer hoge SPF de beste keus.
Is het nochtans de bedoeling om op een zo veilig
mogelijke manier te bruinen, dan moet je een
crème met een lagere factor kiezen. Als je maar
kort in de zon wil zitten kan een relatief lage
SPF volstaan. Bij langer zonnekloppen ga je weer
voor een crème met een hogere SPF.
Deze tabel geeft een idee welke crème voor
welke huid het meest geschikt is:
Huidtype 1
zeer licht huidtype, verbrandt snel,
bruint nooit |
factor 30 |
Huidtype 2
licht huidtype, verbrandt vrij snel,
bruint langzaam |
factor 15-20 |
Huidtype 3
vrij licht huidtype, verbrandt niet
snel, wordt makkelijk bruin |
factor 10-15 |
Huidtype 4
iets getint huidtype, verbrandt
(vrijwel) nooit, bruint snel |
factor 5-10 |
|
Jongeren tot 16 jaar,
ongeacht het huidtype |
factor 30 |
Om de bescherming te krijgen die de
zonnebrandcrème belooft moet je de crème vrij
dik op de huid aanbrengen. Zuinig smeren geeft
een veel lagere protectiefactor dan op de
verpakking staat. Precieze richtlijnen over
hoeveel crème er nodig is zijn niet te geven,
maar een 'hand vol' voor elke insmeerbeurt van
het hele lichaam is niet overdreven.
De kwaliteit van zonnebrandcrèmes is de
laatste jaren sterk verbeterd. Toch slijt de
laag zonnebrandcrème in een aantal uur. Dat
wordt versneld door kleren te dragen, in het
zand te liggen en door te zwemmen. De
‘waterproof’ crèmes blijven weliswaar beter op
de huid zitten na watercontact, maar toch blijft
het zaak om de huid regelmatig opnieuw in te
smeren. Omdat zonnebrandcrème vaak pas na
ongeveer 30 minuten optimaal werkt is het een
goed idee om de crème tijdig aan te brengen. |
|
|
|
|
DE HUID
De huid is het omhulsel,
dat het individu van de buitenwereld afgrenst. Dit orgaan beschermt
tegen allerlei invloeden van buitenaf. Ze bestaat uit drie delen.
Het bovenste (=buitenste) gedeelte wordt gevormd door de opperhuid:
de epidermis. Daaronder ligt de lederhuid: het corium of de dermis.
Deze lagen vormen de huid in engere zin. Het onderste gedeelte is
het onderhuidse bindweefsel: de zogenaamde subcutis (bindweefsel is
weefsel dat dient tot verbinding en steun van andere weefsels en
organen). Onder de subcutis bevindt zich de vetlaag. In de huid
bevinden zich ook huidaanhangsels: talgklieren, zweetklieren,
haarwortels en plaatsen waar nagels worden aangemaakt worden, het
nagelbed. Deze structuren worden één voor één besproken.
DE OPPERHUID
(EPIDERMIS)
De epidermis bestaat
voor het grootste deel uit één type cel: de keratinocyt. De
keratinocyten worden in de onderste laag (de basale laag) gevormd en
schuiven van daaruit langzaam naar boven. Geleidelijk gaan ze over
in een dode verhoornde cellaag, de hoornlaag, waar de cellen steeds
losser tegen elkaar liggen. De verbinding tussen de afzonderlijke
opperhuidcellen is van groot belang voor de bescherming van de huid,
onder andere tegen uitdroging. De opperhuid is normaal slechts
enkele tienden van een millimeter dik, waarbij de hoornlaag niet
meer is dan een dun vliesje. Op plaatsen waar de huid veel eelt
bevat, zoals de handpalmen en de voetzolen, is de hoornlaag extra
dik.
Doordat de cellen in de basale laag zich voortdurend delen en deze
uiteindelijk aan de bovenkant afschilferen, vernieuwt de opperhuid
zich ongeveer één keer per maand. Het vermogen tot aanmaak van
nieuwe cellen in de basale laag, maakt dat de huid bij een
verwonding vrij snel dichtgroeit. De delingsactiviteit van de basale
laag wordt door verschillende factoren bepaald. Bij jonge mensen
verloopt de celdeling sneller dan bij ouderen. De afschilfering aan
het oppervlak is, behalve op het behaarde hoofd bij roos en bij
bepaalde huidziekten (zoals psoriasis zie folder 10), gewoonlijk
niet zichtbaar.
In de opperhuid bevinden zich behalve de keratinocyten nog
melanocyten. Melanocyten zijn pigmentcellen die tussen de cellen van
de basale cellaag liggen en de pigmentkorrels maken die via
uitlopers worden overgedragen aan de keratinocyten. Het pigment van
de pigmentkorrels, het melanine, bepaalt voor een belangrijk deel de
kleur van de huid en beschermt ons tegen zonlicht. Hoe meer
pigmentkorrels, hoe donkerder de huid. De opperhuid vormt in zijn
geheel een natuurlijke barrière tegen chemische stoffen en fysische
invloeden zoals zuren, tegen uitdroging en beschadiging door
zonlicht. De huid beschermt ons ook tegen het binnendringen van
bacteriën, schimmels en virussen.
DE LEDERHUID (CUTIS/DERMIS)
De lederhuid is een 1-3
mm dikke bindweefsellaag. Deze bestaat voornamelijk uit
bindweefselcellen, bindweefselvezels en een gel-achtige
grondsubstantie. De onderkant van de opperhuid en de bovenkant van
de lederhuid zijn niet vlak. De grens vertoont een sterk golvend
patroon met in- en uitstulpingen waardoor beide lagen in elkaar
grijpen en de opperhuid in de lederhuid verankerd ligt. De
uitstulpingen van de lederhuid in de opperhuid zitten vol met hele
kleine bloedvaatjes (haarvaatjes) en lymfevaatjes, van waaruit de
bovenliggende opperhuid wordt gevoed en afvalstoffen worden
afgevoerd. Meer naar onderen in de lederhuid bevindt zich een dicht
vlechtwerk van grotere bloedvaatjes en lymfevaatjes. Andere
zenuwvezels verzorgen de talg- en zweetklieren, de spiertjes rond de
haren en de bloedvaatjes. De bloedvaten in de huid zijn niet alleen
verantwoordelijk voor de voeding (en zuurstofvoorziening) van de
huid zelf, maar ook voor het regelen van de lichaamstemperatuur. De
huiddoorbloeding bepaalt in belangrijke mate de hoeveelheid warmte
die aan de buitenwereld wordt afgegeven. De vezels in de huid
bepalen de rekbaarheid en de trekvastheid. Hoe ouder de huid, des te
minder rekbaar en trekvast deze is. In de lederhuid bevinden zich
ook talrijke zenuwuiteinden die de mens tast- pijn- en
temperatuurzin verschaffen.
ONDERHUIDS
BINDWEEFSEL (SUBCUTIS)
Het onderhuidse
bindweefsel bestaat voornamelijk uit vet. Het heeft een belangrijke
functie als warmte-isolerende laag, energie-opslagplaats en
stootkussen.
TALG- EN
ZWEETKLIEREN
De talgklieren zijn
verspreid over de gehele huid, behalve op de handpalmen en de
voetzolen. Zij liggen altijd naast een haarfollikel en monden daarin
uit. Talg bestaat uit een mengsel van allerlei vettige stoffen die
de huid soepel houden en beschermen tegen uitdroging. Gemiddeld zijn
er zo'n kleine honderd talgklieren op ieder vierkante centimeter. Op
het midden van de borst en de rug, in het gezicht en op het behaarde
hoofd loopt dit aantal op tot bijna duizend. Mensen met een hoge
talgproductie hebben dan ook vaak last van vet haar.
Zweetklieren komen eveneens over het gehele lichaam voor. Er zijn
twee soorten zweetklieren. De zogenoemde eccriene zweetklieren komen
over het gehele lichaam voor en spelen een belangrijke rol bij het
regelen van de lichaamstemperatuur. Bij emoties of nervositeit
scheiden vooral de klieren in het gelaat en de handpalmen veel zweet
af. De zweetklieren in de oksels en rond de geslachtsorganen, de
zogenoemde apocriene zweetklieren, hebben een andere bouw en
functie. In het dierenrijk spelen deze een belangrijke rol bij
herkenning van de soort en het afbakenen van hun leefgebied. Bij de
mens staat die functie niet meer op de voorgrond , maar kan de geur
seksueel prikkelend zijn.
HAREN EN NAGELS
Haren en nagels bestaan
uit dood hoornmateriaal. Een haar ontspruit uit een zakje, dat samen
met een talgklier een haarfollikel vormt. Met uitzondering van de
lippen, de handpalmen en de voetzolen zijn er over het gehele
lichaam haarfollikels te vinden.
Er zijn twee soorten haren: vellusharen en terminale haren. De
vellusharen zijn zeer fijne, niet gepigmenteerde donshaartjes van
ongeveer 2-3 mm lengte. Onder invloed van de geslachtshormonen
veranderen de vellusharen, in de puberteit, in de oksels en de
schaamstreek in dikkere gepigmenteerde terminale haren. Bij de man
ontstaat daarna ook terminale beharing in het gelaat, op de romp, de
armen en benen. We kennen een typisch mannelijk- en vrouwelijk
beharingspatroon, die ontstaan onder invloed van de
geslachtshormonen.
De haargroei heeft een cyclisch karakter. Elke haarfollikel heeft
zijn eigen ritme met drie in tijdsduur wisselende perioden: een
periode van groei (anagene fase), een overgangsfase (katagene fase)
en een rustperiode (telogene fase) waarna het haar uitvalt. Daarna
begint de haarfollikel aan een nieuwe groeicyclus. In tegenstelling
tot de meeste zoogdieren lopen de cycli van de haarfollikels bij de
mens niet synchroon. De mens kent geen periode waarop alle haren
tegelijk uitvallen.
Op het behaarde hoofd is
de levensduur van een haar twee tot zes jaar. Op de rest van het
lichaam is de cyclus korter. Van de 100.000 tot 150.000 haren op het
menselijk hoofd bevindt zich 85% zich in de anagene fase, 14% in de
telogene fase en 1% in de katagene fase. Hieruit blijkt dat een
verlies van 50-100 haren per dag normaal is.
De nagels bestaan ook uit dood hoornmateriaal. De nagel groeit
vanuit het nagelbed. Tussen de huid waar de nagel op rust, de
nagelplaat, en de huid bevindt zich een dunne huidlaag die een goede
afgrenzing vormt met de buitenwereld. Het steeds terugschuiven van
de nagelriem geeft een verhoogde kans op infecties. De nagels van de
vingers groeien ongeveer 3 mm per maand, terwijl de teennagels
slechts 0,5-1 mm per maand groeien en er dus ongeveer een jaar of
meer over doen om zich te vernieuwen.
WAARIN
VERSCHILT DE HUID VAN EEN PASGEBORENE VAN DIE VAN EEN VOLWASSENE?
De huid van de
pasgeborene verschilt enigszins van die van het oudere kind en de
volwassene. De verschillen zijn echter alleen duidelijk bij het te
vroeg geboren kind. Na de 4e levensweek is de huid van het kind
geheel volwassen geworden. De dikte van de lederhuid van de
pasgeborene is minder dan die van volwassenen. De opperhuid en de
hoornlaag van de te vroeggeboren baby is aanzienlijk dunner dan die
van een baby die na een normale zwangerschapsduur van 9 maanden is
geboren. Het onderhuidse bindweefsel is bij de pasgeborene nog niet
volledig ontwikkeld en is beduidend dunner dan bij de volwassene.
Het zeer jonge kind heeft in verhouding tot het gewicht een groter
huidopppervlak dan de volwassene. Dit is van belang bij een
uitwendig toe te passen behandeling. Er kunnen bij jonge kinderen
door de huid meer stoffen in het lichaam worden opgenomen. Ook kan
een baby door het grotere huidoppervlak sneller afkoelen. |
Droge huid
Wat is een droge huid?
Als de huid te weinig talg (vet) produceert, droogt de huid uit. Ook
sommige stoffen kunnen de huid uitdrogen. Sommige mensen hebben van
nature een droge huid. Lang douchen of baden kan de huid uitdrogen,
doordat de natuurlijke vetlaag van de huid wordt gewassen.
Hoe kunt u een droge huid herkennen?
Een droge huid is erg gevoelig. Vaak ontstaat er schilfering en jeuk.
Bij een erg droge huid kunnen ook kloven en rode plekken ontstaan.
Vooral op de schenen, dijen en bovenarmen is de huid vaak droog. Een
droge huid is kwetsbaar: er ontstaat sneller
eczeem.
Wat kunt u zelf doen bij een droge huid?
Een verzachtende en beschermende zalf is de beste behandeling van een
droge huid. Hierdoor wordt de huid soepeler en minder gevoelig en
kwetsbaar.
- Wees zuinig met zeep.
- Probeer wat minder vaak of minder lang te douchen of te baden.
- Vet na het douchen of baden de huid in met een zalf of vetcrème.
Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij droge huid?
Verzachtende en beschermende crème en zalf
De verzachtende en beschermende crèmes en zalven houden de huid soepel
en voorkomen verdere uitdroging van de huid. Klachten als jeuk,
schilfering, kloven en branderige plekken verminderen. Als de huid niet
al te droog is, kunt u lanettecrème of cetomacrogolcrème gebruiken. De
vaseline crème en vaselinezalf werken echter beter, vooral als de huid
erg droog is.
Ureum
Ureum bevordert opname van water door de huid. Dit water zorgt voor een
verweking van de bovenste huidlaag, waardoor schilfers, kloven en
branderige plekken sneller verdwijnen. Door ureum in een crème of zalf
blijft de huid soepel en voorkomt u verdere uitdroging.
Salicylzuur
Salicylzuur weekt het bovenste laagje van de huid los, waardoor
schilfers sneller verdwijnen. Het bevordert bovendien de normale groei
van de huid. Door de verweking wordt een eeltlaag weer soepel, zodat de
huid kan dichttrekken en kloven kunnen genezen. Door salicylzuur in een
crème, gel of zalf blijft de huid soepel en voorkomt u verdere
uitdroging.
Geneesmiddelen
beschreven op deze site die toegepast worden bij Droge huid
|
In deze lijst vindt u merkgeneesmiddelen, merkloze geneesmiddelen en
werkzame stoffen. Voor merkloze geneesmiddelen wordt meestal de naam van
de werkzame stof gebruikt, vandaar dat sommige namen dubbel voorkomen in
de lijst. Merknamen en merkloze middelen worden hier met een hoofdletter
geschreven, de werkzame stoffen met een kleine letter.
|
| Het wordt gebruikt bij jeuk, vooral door een
droge of schilferende huid. Ook schrijven artsen deze zalf voor
om andere, werkzame, medicijnen in te verwerken die u op de huid
moet aanbrengen.
|
| |
Droge huid
|
| |
Verschijnselen
Een droge, gevoelige huid schilfert en jeukt. Er vormen zich
kloven en branderige plekken op de huid. De meeste mensen hebben
wel eens last van een droge huid. Het ontstaat vooral als de
lucht in de omgeving erg droog is, zoals in de winter als de
verwarming aan staat. Dergelijke plekken komen vooral voor op de
handen, schenen, dijen, bovenarmen en heupen.
Behandeling
De huid moet in dit geval vet worden gehouden om verdere
uitdroging te voorkomen. Klachten als jeuk, schilfering, kloven
en branderige plekken verminderen en andere klachten, zoals
eczeem verergeren minder snel. Dit effect merkt u binnen een
paar dagen.
Het is belangrijk de zalf regelmatig aan te brengen, minstens
eenmaal per dag.
Werking
Het effect merkt u snel. De huid wordt direct na het insmeren
soepel en de jeuk wordt binnen enkele uren minder. Het
beschermende effect houdt een halve tot een hele dag aan. Het
verkoelende effect duurt enkele minuten. |
| |
Klik voor meer informatie over geneesmiddelen bij
droge huid |
| |
|
| |
Jeuk |
| |
Behandeling
Een droge huid jeukt vaak. Door de huid in te vetten kunt u de
jeuk tegengaan. Door verkoeling kan de jeuk tijdelijk
verminderen.
Werking
Hoe koelzalf werkt leest u hierboven onder ‘Droge huid'. |
| |
Klik voor meer informatie over geneesmiddelen bij
jeuk |
| |
|
|
|
|
2. Op welke bijwerkingen moet ik letten? |
|
| |
Deze zalf bevat geen geneesmiddel, maar alleen verkoelende
en beschermende bestanddelen en zal daarom geen aanleiding geven
tot bijwerkingen. De zalf bevat ook geen conserveermiddelen,
waar mensen overgevoelig voor zouden kunnen zijn.
Raadpleeg uw arts als u wel verschijnselen ervaart waarvan u
vermoedt dat deze een bijwerking van deze zalf zijn. |
| |
|
|
|
|
3. Heeft dit middel een wisselwerking met andere medicijnen? |
|
| |
Van dit middel zijn geen wisselwerkingen bekend.
|
| |
|
|
|
|
4. Als ik dit middel gebruik, mag ik dan... |
|
| |
autorijden, alcohol drinken en alles eten?
Bij dit middel zijn hiervoor geen beperkingen. |
| |
|
|
|
|
5. Kan ik dit middel gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of
borstvoeding geef? |
|
| |
U kunt dit middel veilig gebruiken. Het wordt al jarenlang
gebruikt door zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding
geven, zonder nadelige gevolgen voor het kind. |
| |
|
|
|
|
6. Hoe moet ik dit middel gebruiken? |
|
| |
Breng de zalf naar believen op de huid aan. Meestal voldoet
één tot twee keer per dag, maar soms is het vaker nodig. Dit
kunt u zelf bepalen.
Hoe?
In een dunne laag op de huid aanbrengen.
Wanneer?
Een- of tweemaal per dag aanbrengen.
Hoe lang?
U kunt deze zalf gebruiken zolang u het nodig heeft. Helpt het
niet of onvoldoende, raadpleeg dan uw arts. |
| |
|
|
|
|
7. Wat moet ik doen als ik een dosis ben vergeten? |
|
| |
Breng de zalf dan gewoon aan. Het maakt niet uit als u snel
daarna opnieuw smeert. |
| |
|
|
|
|
8. Kan ik zomaar met dit middel stoppen? |
|
| |
U kunt op elk moment in één keer met het gebruik van dit
middel stoppen.
|
| |
|
|
Calmurid
De werkzame stof in Calmurid is ureum. Ureum op de huid is
verkrijgbaar onder de merknaam Calmurid crème en in de apotheek bereide
zalven en crèmes met ureum. Het is op recept te verkrijgen in crème en
zalf en is al tientallen jaren op de markt.
Ureum wordt ook gebruikt in combinatie met:
- natriumchloride onder de merknaam Symbial. Dit is op recept
verkrijgbaar in een crème.
- hydrocortisonacetaat onder de merknaam Calmurid HC en het
merkloze Hydrocortison/Ureum. Dit is op recept verkrijgbaar in crème
en zalf.
|
|
|
1. Wat doet dit middel en waarbij wordt het gebruikt? |
|
| Ureum bevordert opname van water door de huid.
Dit water zorgt voor een verweking van de bovenste huidlaag,
waardoor schilfers sneller verdwijnen. Ureum op de huid is te
gebruiken bij droge sterk schilferende huidaandoeningen, zoals
ichtyosis (schubziekte). Ook schrijven artsen ureum in crèmes en
zalven voor samen met andere geneesmiddelen om deze beter in de
huid te laten dringen.
|
| |
Droge huid
|
| |
Een droge, gevoelige huid schilfert en jeukt. Er vormen zich
kloven en branderige plekken. op de huid. Het ontstaat vooral
als de lucht in de omgeving erg droog is. Dergelijke plekken
komen vooral voor op de schenen, dijen, bovenarmen en heupen.
Bij ichtyosis (schubziekte of vissenhuid) komt op ellebogen,
knieën en handen een sterk schilferende uitslag voor.
Door ureum verminderen schilfering, kloven en branderige
plekken. Andere klachten, zoals eczeem verergeren minder snel.
Door de combinatie van ureum in een crème of zalf blijft de huid
soepel en voorkomt u verdere uitdroging.
Het effect merkt u binnen een paar dagen. Het is belangrijk dit
middel regelmatig aan te brengen, minstens tweemaal per dag.
|
| |
Klik voor meer informatie over geneesmiddelen bij
droge huid |
| |
|
| |
Eczeem
|
| |
Een droge en sterk schilferende huid komt veel voor bij
eczeem. Door de droge huid kan het eczeem verergeren.
Door ureum verminderen schilfering, kloven en branderige
plekken. Andere klachten, zoals eczeem verergeren minder snel.
Dit effect merkt u binnen een paar dagen.
De combinatie van ureum in een crème of zalf houdt de huid
soepel en voorkomt verdere uitdroging van de huid. Het is
belangrijk dit middel regelmatig aan te brengen, minstens
tweemaal per dag. |
| |
Klik voor meer informatie over geneesmiddelen bij
eczeem |
| |
|
|
|
|
2. Op welke bijwerkingen moet ik letten? |
|
| |
Naast het gewenste effect kan dit middel bijwerkingen geven.
De belangrijkste bijwerkingen zijn:
- prikkeling, branderigheid en andere irritatie van de
huid, vooral als u het middel aanbrengt op het gezicht, in
huidplooien of op een beschadigde en ontstoken huid. Dit
verdwijnt meestal na enkele minuten. Raadpleeg uw arts als
dit aanhoudt of als u hier teveel last van heeft.
- soms overgevoeligheid voor het conserveermiddel.
Dit merkt u aan huiduitslag, galbulten en jeuk. Geef aan de
apotheek door dat u overgevoelig benthet conserveermiddel.
Het apotheekteam kan er dan op letten dat u het middel niet
opnieuw krijgt. Bovendien kan de apotheek voor u een crème
of zalf maken met een ander conserveermiddel, waar u niet
overgevoelig voor bent. Vraag dit in de apotheek.
Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van
bovengenoemde bijwerkingen, of als u andere bijwerkingen ervaart
waar u zich zorgen over maakt. |
| |
|
|
|
|
3. Heeft dit middel een wisselwerking met andere medicijnen? |
|
| |
Soms moet u naast dit middelt ook een crème of zalf met een
sterk werkzaam geneesmiddel gebruiken. Bijvoorbeeld een
bijnierschorshormoon. Zorg ervoor dat u het ene middel niet meer
voelt als u het andere aanbrengt. Anders heeft u de kans dat u
het ene middel met het andere verwijdert. |
| |
|
|
|
|
4. Als ik dit middel gebruik, mag ik dan... |
|
| |
autorijden, alcohol drinken, alles eten?
Bij dit middel zijn hiervoor geen beperkingen. |
| |
|
|
|
|
5. Kan ik dit middel gebruiken
als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef? |
|
| |
U kunt dit middel veilig gebruiken. Het wordt al jarenlang
gebruikt door zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding
geven, zonder nadelige gevolgen voor het kind. |
| |
|
|
|
|
6. Hoe moet ik dit middel gebruiken? |
|
| |
Hoe?
- Was de huid en droog deze goed af. Breng het middel
daarna in een dunne laag op de huid aan.
- Bij ernstige vormen van schilfering het middel dik
aanbrengen en drie tot vijf minuten laten inwerken. Smeer
het vervolgens uit en verwijder het teveel met een tissue.
- Bewaar dit middel zoals aangegeven staat op het etiket.
- Let op bij gebruik in de buurt van de ogen. Laat het
middel niet in het oog of op de oogleden komen. Dit kan
beschadigingen geven. Als het per ongeluk toch in het oog
komt, moet het oog goed spoelen met water om het middel het
verwijderen.
Wanneer?
Breng dit middel twee tot drie keer per dag aan. Telkens na het
baden of douchen opnieuw aanbrengen. Verdeel de behandelingen
over de dag, bijvoorbeeld 's ochtends na het wassen, 's middags
en 's avonds voor het slapen gaan. Wanneer de huid zacht en
soepel is geworden, kunt u grotere tussenpozen aanhouden.
Hoe lang?
Gebruik dit middel zolang u last heeft van te droge of
schilferende huid. |
| |
|
|
|
|
7. Wat moet ik doen als ik een dosis ben vergeten? |
|
| |
Een keer vergeten is niet zo erg. Probeer zoveel mogelijk uw
normale schema te volgen, dan heeft u sneller resultaat |
| |
|
|
|
|
8. Kan ik zomaar met dit middel stoppen? |
|
| |
U kunt op ieder moment in één keer met het gebruik van dit
middel stoppen.
|
| |
|
|
|